Nettowinst in eerste kwartaal 2003 EUR 393 miljoen

De winst vóór belastingen is in de eerste drie maanden van 2003 sterk toegenomen in vergelijking met het vierde kwartaal van 2002, maar is in vergelijking met de eerste drie maanden van 2002 met 47% afgenomen.

KERNCIJFERS

(bedragen in miljoenen, behalve gegevens per aandeel)

 

Commentaar van de voorzitter:

"De winst vóór belastingen is in de eerste drie maanden van 2003 sterk toegenomen in vergelijking met het vierde kwartaal van 2002, maar is in vergelijking met de eerste drie maanden van 2002 met 47% afgenomen. Het eerste kwartaal van 2003 is uitdagend gebleken, met aanhoudend lage renteniveau’s, lagere aandelenmarkten, aanhoudende problemen met vorderingen in de obligatieportefeuille en een zwakkere Amerikaanse dollar ten opzichte van de euro. Het is echter bemoedigend om te zien dat de aandelen- en obligatiemarkten in het eerste kwartaal van 2003 enige tekenen van herstel toonden, hoewel de problemen met de obligatieportefeuille nog ver boven een niveau liggen dat als gemiddeld kan worden beschouwd voor Aegon en de sector", zegt Don Shepard, voorzitter van de Raad van Bestuur van Aegon N.V. "Exclusief wisselkoersinvloeden blijft de totale levenproductie toenemen, terwijl we onze nadruk op kostenbeheersing handhaven."

Verwachting 2003

De Raad van Bestuur van Aegon N.V. blijft voorzichtig met zijn verwachting voor 2003 vanwege de aanhoudende onzekerheden in de financiële markten en spreekt daarom geen winstverwachting uit.

Belangrijkste punten eerste kwartaal 2003

De nieuwe levensverzekeringsproductie op gestandaardiseerde basis nam in vergelijking met het eerste kwartaal van 2002 in Amerika toe met 10% en in het Verenigd Koninkrijk met 4%, maar daalde in Nederland met 42%, mede ten gevolge van het wisselende productieniveau dat eigen is aan de pensioenmarkt voor grote contracten. De totale annuity- en GIC-stortingen zijn in Amerika met 2% gestegen. Bij de niet in de balans opgenomen productie in Amerika was sprake van een toename van 32% in vergelijking met het eerste kwartaal van 2002. De niet in de balans opgenomen productie in Nederland daalde in vergelijking met het eerste kwartaal van 2002 met 48%, maar verviervoudigde in het Verenigd Koninkrijk.

De voorzieningen voor kredietrisico’s in de VS zijn versterkt met USD 149 miljoen in vergelijking met USD 82 miljoen in de eerste drie maanden van 2002, maar verbeterden in vergelijking met het vierde kwartaal van 2002 (USD 219 miljoen). Het saldo van de voorzieningen voor kredietrisico’s in de VS bedroeg op 31 maart 2003 USD 280 miljoen.

Een bedrag van EUR 126 miljoen is als indirect rendement uit de herwaarderingsreserve ten gunste van de winst vóór belastingen gebracht ten opzichte van EUR 215 miljoen in het eerste kwartaal van 2002.

De resultaten werden negatief beïnvloed door lagere baten uit het financieringsoverschot van pensioenen voor medewerkers in de VS (USD 22 miljoen) en hogere kosten voor de pensioenen voor medewerkers in Nederland (EUR 15 miljoen) en het Verenigd Koninkrijk (GBP 4 miljoen).
Voor de resultaten op variable annuities zijn de veronderstellingen gehandhaafd dat het rendement op de aandelenmarkten 12% bedraagt voor een periode van vijf jaar en 9% voor de periode daarna bij de bepaling van de afschrijving van overlopende acquisitiekosten en voorzieningen voor gegarandeerde uitkeringen.

Er heeft geen versnelde afschrijving van overlopende acquisitiekosten (‘unlocking’) plaatsgevonden. De versterking van de voorzieningen voor producten met een gegarandeerde uitkering bedroeg in het eerste kwartaal 2003 USD 9 miljoen in de VS, in Canada CAD 12 miljoen en in Nederland EUR 13 miljoen. In het eerste kwartaal van 2002 waren de toevoegingen aan deze voorzieningen in alle landen nul.

De nettowinst van Transamerica Finance Corporation bedroeg USD 78 miljoen in vergelijking met USD 24 miljoen in het eerste kwartaal van 2002. De verbetering was het gevolg van lagere verliezen op de kredietportefeuille, hogere inkomsten voortkomende uit meer hypotheekherfinancieringen, lagere financieringslasten en een eenmalig belastingvoordeel van USD 31 miljoen.

Wisselkoersinvloeden hadden een negatief effect op de nettowinst van 10% in vergelijking met het eerste kwartaal van 2002, hoofdzakelijk veroorzaakt door de lagere wisselkoers van de Amerikaanse dollar.

De verhouding van het eigen vermogen tot het totale vermogen blijft stabiel op ongeveer hetzelfde niveau als op 31 december 2002. Wisselkoersinvloeden hebben geen effect op de solvabiliteit van de bedrijfsonderdelen.

Verslag van de Raad van Bestuur

De winst vóór belastingen over het eerste kwartaal van 2003 was EUR 444 miljoen, 56% hoger dan het vorige kwartaal maar 47% lager dan over dezelfde periode van het voorgaande jaar. De winst per aandeel van EUR 0,26 was 41% lager dan in het eerste kwartaal van 2002. De daling in vergelijking met het eerste kwartaal van 2002 was het gevolg van de lagere gemiddelde wisselkoersen van de belangrijkste valuta (EUR 112 miljoen), de lagere brutomarge als gevolg van lagere directe en indirecte beleggingsinkomsten, versterking van de voorzieningen voor kredietrisico’s (EUR 62 miljoen), versterking van de voorzieningen voor producten met een gegarandeerde uitkering (EUR 28 miljoen) en lagere beheersvergoedingen op variabele en aan aandelen gerelateerde producten.

De totale omzet was 9% lager (3% hoger exclusief wisselkoersinvloeden) en de brutomarge was 20% lager (7% lager exclusief wisselkoersinvloeden). Provisies en kosten waren 1% lager in vergelijking met het eerste kwartaal van 2002 (16% hoger exclusief wisselkoersinvloeden) en werden negatief beïnvloed door hogere pensioenkosten voor medewerkers, door per saldo hogere afschrijving van overlopende acquisitiekosten, door EUR 13 miljoen beleggingskosten in Nederland, die nu worden verantwoord op basis van brutobedragen in plaats van nettobedragen maar welke worden gecompenseerd door een gelijk bedrag in de omzet, alsmede door EUR 27 miljoen uit een geannuleerde overeenkomst van coassurantie.

Amerika

De nettowinst bedroeg USD 245 miljoen in vergelijking met USD 358 miljoen in het eerste kwartaal van 2002. De winst vóór belastingen bedroeg in het eerste kwartaal van 2003 USD 356 miljoen in vergelijking met USD 536 miljoen over dezelfde periode van het voorgaande jaar. De daling is het gevolg van een versterking van de voorzieningen voor kredietrisico’s met USD 149 miljoen (USD 67 miljoen meer dan in het eerste kwartaal van 2002), geen indirect rendement in vergelijking met USD 81 miljoen in het eerste kwartaal van 2002 en lagere inkomsten uit beleggingen en lagere marges op beleggingen met een effect van circa USD 44 miljoen.

Voor de resultaten op variable annuities zijn de veronderstellingen gehandhaafd dat het rendement op de aandelenmarkten 12% bedraagt voor een periode van vijf jaar en 9% voor de periode daarna bij de bepaling van de afschrijving van overlopende acquisitiekosten en voorzieningen voor gegarandeerde uitkeringen.

Er heeft geen versnelde afschrijving van overlopende acquisitiekosten (‘unlocking’) plaatsgevonden. De versterking van de voorzieningen voor producten met een gegarandeerde uitkering bedroeg USD 9 miljoen in de VS. In Canada zijn de voorzieningen voor producten met een gegarandeerde uitkering versterkt met CAD 12 miljoen

Exclusief provisies en afschrijving van overlopende acquisitiekosten stegen de operationele kosten met USD 63 miljoen. In de kosten van het eerste kwartaal van 2003 is een bedrag opgenomen van USD 22 miljoen wegens lagere baten uit de overfinanciering van de pensioenen voor medewerkers, USD 27 miljoen uit een geannuleerde overeenkomst uit coassurantie en hogere kosten van USD 7 miljoen voortkomende uit acquisities sinds het eerste kwartaal van 2002. Exclusief deze effecten stegen de kosten met 2% ten opzichte van het eerste kwartaal in 2002, hoofdzakelijk als gevolg van toegenomen nieuwe productie en de groei van de bestaande portefeuille.

De nieuwe levensverzekeringsproductie op gestandaardiseerde basis in Amerika steeg in vergelijking met het eerste kwartaal van 2002 met 10% tot USD 250 miljoen dollar. Het grootste gedeelte van de toename was het gevolg van sterke nieuwe productie van traditionele levensverzekeringen in onze Agency-divisie. De totale annuity- en GIC-stortingen zijn in het eerste kwartaal met 2% gestegen tot USD 7 miljard. De verkoop van fixed annuities daalde met 20% in vergelijking met het eerste kwartaal van 2002. De sterke groei (49% toename in vergelijking met het eerste kwartaal van 2002) van de nieuwe productie van variable annuities is beïnvloed door de vraag van consumenten die nog een product met een gegarandeerde minimumuitkering wilden verwerven voordat de verkoop van dit product in januari 2003 werd gestopt. De productie van variable annuities is sterk afgenomen in het laatste deel van het kwartaal nadat Aegon USA was gestopt met het aanbieden van een gegarandeerde minimumuitkering op variable annuity-producten. De niet in de balans opgenomen productie bedroeg USD 5,6 miljard, een toename van 32% in vergelijking met het eerste kwartaal van 2002.

In de resultaten uit traditionele levensverzekeringen, die USD 174 miljoen bedroegen, een daling met 24% in vergelijking met het eerste kwartaal van 2002, is een versterking van de voorzieningen voor kredietrisico’s opgenomen van USD 49 miljoen in vergelijking met USD 13 miljoen in het eerste kwartaal van 2002. In de resultaten uit fixed annuities van USD 64 miljoen, een daling van 44%, is een versterking van de voorzieningen voor kredietrisico’s opgenomen van USD 61 miljoen in vergelijking met USD 19 miljoen in het eerste kwartaal van 2002. Het wegvallen van het indirect rendement heeft het resultaat uit traditionele levensverzekeringen en uit fixed annuities negatief beïnvloed met USD 21 miljoen respectievelijk USD 31 miljoen.

De resultaten uit GICs en financieringsovereenkomsten van USD 44 miljoen waren 29% lager in vergelijking met de eerste drie maanden van 2002. Het wegvallen van het indirect rendement heeft de resultaten uit GICs en financieringsovereenkomsten beïnvloed met USD 22 miljoen. Het resultaat uit levensverzekeringen voor rekening van polishouders bedroeg USD 24 miljoen in vergelijking met USD 28 miljoen in dezelfde periode in 2002. Variable annuities lieten een verlies zien van USD 4 miljoen in vergelijking met een winst van USD 29 miljoen in het eerste kwartaal van 2002. Het grootste deel van de daling in vergelijking met het eerste kwartaal van 2002 is het gevolg van hogere claims voor gegarandeerde uitkeringen bij overlijden, een hogere afschrijving van overlopende acquisitiekosten en een versterking van de voorzieningen voor producten met een gegarandeerde minimum uitkering in Canada. Het resultaat uit ziektekosten en ongevallen was 29% lager als gevolg van toegenomen kredietrisico’s, het wegvallen van indirect rendement en een eenmalige valutawinst in het eerste kwartaal van 2002.

Nederland

De nettowinst was EUR 136 miljoen in vergelijking met EUR 182 miljoen in het eerste kwartaal van 2002. De daling werd hoofdzakelijk veroorzaakt door de aanhoudend slechte situatie op de aandelenmarkten. Dit resulteerde in lagere beleggingsopbrengsten en in versterkingen van de voorzieningen voor producten met een gegarandeerde uitkering, welke EUR 13 miljoen bedroegen en nul waren in het eerste kwartaal van 2002. Het saldo van activering en afschrijving van overlopende acquisitiekosten was EUR 7 miljoen hoger.

De nieuwe levensverzekeringsproductie van EUR 73 miljoen was 42% lager in vergelijking met het eerste kwartaal van 2002, terwijl de niet in de balans opgenomen productie met 48% daalde tot EUR 161 miljoen voor het eerste kwartaal van 2003. Met 6% productiegroei deed leven individueel het goed, terwijl de nieuwe productie van pensioenen afnam met 62% in vergelijking met het eerste kwartaal van 2002, mede ten gevolge van het wisselende productieniveau dat eigen is aan de pensioenmarkt voor grote contracten. Het totale saldo van spaarrekeningen daalde licht ten opzichte van het eind van 2002 (-1%) tot een totaal van EUR 6 miljard eind eerste kwartaal van 2003.

De totale omzet van EUR 2 miljard was lager in vergelijking met dezelfde periode van het voorgaande jaar. Het individuele levenbedrijf toonde fraaie groei van de premie-omzet met 11%. Provisies en kosten stegen 25% tot EUR 189 miljoen. Hogere kosten voor de pensioenen van medewerkers, lagere activering van acquisitiekosten en hogere afschrijving op overlopende acquisitiekosten waren de belangrijkste oorzaken van de toename in provisies en kosten in vergelijking met het eerste kwartaal van 2002. In de kosten is ook EUR 13 miljoen aan beleggingskosten opgenomen welke nu worden verantwoord op basis van brutobedragen in plaats van nettobedragen, hetgeen ongeveer 10% van de 25% toename verklaart. Deze laatste kostenpost wordt gecompenseerd door een gelijk bedrag aan omzet.

De resultaten uit traditionele levensverzekeringen van EUR 133 miljoen waren 8% lager dan in het eerste kwartaal van 2002, beïnvloed door lagere resultaten uit beleggingen. De resultaten uit levensverzekeringsproducten voor rekening van polishouders waren EUR 25 miljoen, in vergelijking met EUR 65 miljoen in het eerste kwartaal van het voorgaande jaar. De levenresultaten zijn beïnvloed door versterking van voorzieningen met EUR 31 miljoen (zoals voor producten met een gegarandeerde minimum uitkering) en lagere inkomsten uit beleggingen als gevolg van de dalingen op de aandelenmarkten.

Het technische resultaat niet-leven bedroeg EUR 10 miljoen, een toename van 9%. Voornamelijk ten gevolge van lagere inkomsten uit beleggingen waren de totale resultaten EUR 8 miljoen lager in vergelijking met het eerste kwartaal 2002. De resultaten van de bankactiviteiten waren nihil en EUR 9 miljoen lager dan in het eerste kwartaal van 2002. Lagere rentemarges en een verdere toename in de voorzieningen voor kredietrisico’s droegen aan de daling bij.

Verenigd Koninkrijk

De nettowinst was GBP 21 miljoen in vergelijking met GBP 42 miljoen in het eerste kwartaal van 2002. De daling van de nettowinst is hoofdzakelijk het gevolg van lagere beheersvergoedingen en vergoedingen uit beleggingsfondsen, een direct gevolg van de lagere aandelenmarkten en hogere afschrijving van overlopende acquisitiekosten. Provisies en kosten stegen tot GBP 91 miljoen, een toename van GBP 36 miljoen, als gevolg van de toevoeging van de bedrijfskosten van de overgenomen distributiepartners, de groei van de levensverzekeringsactiviteiten, een hogere bijdrage van GBP 4 miljoen aan de kosten van de pensioenen voor medewerkers en hogere afschrijvingen van overlopende acquisitiekosten.

De nieuwe levensverzekeringsproductie op gestandaardiseerde basis van GBP 161 miljoen was 4% hoger dan in het eerste kwartaal van 2002. De niet in de balans opgenomen productie steeg tot GBP 127 miljoen, een verviervoudiging in vergelijking met hetzelfde kwartaal van 2002.

De totale omzet was 21% hoger als gevolg van een toename in de koopsomstortingen en inkomsten uit de overgenomen distributiepartners.

Overige landen

De nettowinst uit de overige landen bedroeg EUR 14 miljoen, een toename met 17% in vergelijking met het eerste kwartaal van 2002. Hogere beleggingsinkomsten van Aegon Hongarije, strikte kostenbeheersing en sterke nieuwe productie van levenproducten bij Aegon Taiwan alsmede hogere resultaten uit schadeverzekeringen bij Aegon Spanje droegen bij aan de stijging.

Resultaat zakelijke waarden

Een bedrag van EUR 126 miljoen is als indirect rendement uit de herwaarderingsreserve ten gunste gebracht van de winst vóór belastingen in vergelijking met EUR 215 miljoen in het eerste kwartaal van 2002. De herwaarderingsreserve per 31 maart 2003 was EUR 2.170 miljoen, waarvan EUR 1.840 miljoen gerealiseerde winsten en EUR 330 miljoen ongerealiseerde winsten.

Eigen vermogen en financiering

Het eigen vermogen bedroeg EUR 13.522 miljoen in vergelijking met EUR 14.231 miljoen op 31 december 2002. De afname van EUR 709 miljoen bestond hoofdzakelijk uit negatieve wisselkoersverschillen van EUR 539 miljoen, een afname van de herwaarderingsreserve van EUR 428 miljoen, een daling van de marktwaarde van de ‘total return swaps’ met Vereniging Aegon van EUR 105 miljoen en nettowinst van EUR 393 miljoen.

Aegon houdt vast aan de strategie van continue financiële kracht. Op 31 maart 2003 vertegenwoordigde het eigen vermogen 71% van de totale vermogensbasis, terwijl langlopende schulden gerelateerd aan verzekeringsactiviteiten en achtergestelde (converteerbare) schulden 19% van Aegon’s totale vermogensbasis uitmaken. De resterende 10% bestaat uit risicodragend waardepapier. De verhouding van het eigen vermogen tot het totale vermogen blijft stabiel op ongeveer hetzelfde niveau als op 31 december 2002. Wisselkoersinvloeden hebben geen effect op de solvabiliteit van de bedrijfsonderdelen.

Buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders

Aegon zal een buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders houden op 9 mei 2003 ter goedkeuring van de voorgestelde wijzigingen in Aegon’s corporate goverance en ter beëindiging van de vrijwillige toepassing van het structuurregime. Voor verdere informatie verwijzen wij naar het persbericht van 20 maart 2003.