Aegon voert wijzigingen in financiële verslaggeving door

Verandering in uitgangspunten voor financiële verslaggeving leidt tot meer consistentie en transparantie, en een betere vergelijkbaarheid.

Aegon hanteert per 1 januari 2014 nieuwe grondslagen voor zijn financiële verslaggeving over geactiveerde acquisitiekosten en reserves voor langleven-risico’s. Door de aanpassingen zullen de financiële resultaten van Aegon consistenter, beter vergelijkbaar en transparanter worden. De nieuwe uitgangspunten zullen voor het eerst worden toegepast in de rapportage over het eerste kwartaal 2014. Door de invoering met terugwerkende kracht van deze twee veranderingen zal het eigen vermogen naar verwachting met EUR 2,2 miljard tot EUR 2,5 miljard afnemen per 1 januari 2014. Het onderliggend resultaat vóór belastingen zal naar schatting met ongeveer EUR 80 miljoen toenemen in 2014.  

“Met de aangekondigde maatregelen voeren wij onze financiële strategie verder uit. Wij zijn ervan overtuigd dat de veranderingen in onze financiële verslaggeving voor geactiveerde acquisitiekosten leiden tot meer consistentie en transparantie, en een betere vergelijkbaarheid van onze financiële resultaten”, aldus Darryl Button, CFO van Aegon. “Bovendien zijn de aanpassingen in de verslaggeving voor langleven-reserves in lijn met ons interne economisch model, het huidige solvabiliteitsraamwerk en met de toekomstige methodiek die onder Solvency II moet worden toegepast.”

De veranderingen in de verslaggeving voor geactiveerde acquisitiekosten zijn in lijn met de huidige voorstellen voor toekomstige financiële verslaggeving bij verzekeraars onder IFRS. In Aegon’s nieuwe uitgangspunten bevatten geactiveerde acquisitiekosten alleen die kosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving of de vernieuwing van verzekeringscontracten. Voorheen was de definitie van geactiveerde acquisitiekosten breder en vielen ook de kosten voor verkoopondersteuning eronder. De invoering van de nieuwe uitgangspunten leidt naar verwachting tot een daling van het eigen vermogen met EUR 1,4 miljard tot EUR 1,6 miljard. Aegon schat dat de wijzigingen in 2014 tot een ongeveer EUR 50 miljoen lager onderliggend resultaat vóór belastingen leiden, doordat bepaalde kosten niet langer kunnen worden geactiveerd en direct in de winst- en verliesrekening worden meegenomen.

Daarnaast bepaalt Aegon met ingang van 1 januari 2014 zijn langleven-reserves in Nederland aan de hand van sterftetafels gebaseerd op de verwachte sterfte in de toekomst. Voorheen werden de reserves onder IFRS gebaseerd op waargenomen sterfte, waarbij de daadwerkelijke ervaringscijfers het onderliggend resultaat mede bepaalden. Door met sterftetafels op basis van verwachte sterfte te werken, zal de vorming van IFRS-reserves voor langleven-risico consistent zijn met de berekening van de statutaire solvabiliteit en het interne economisch model. De veranderingen leiden naar verwachting tot een afname van het eigen vermogen van EUR 800 miljoen tot EUR 900 miljoen. Het onderliggend resultaat vóór belastingen neemt in 2014 naar verwachting toe met EUR 130 miljoen.

De verhouding tussen bruto vreemd vermogen en eigen vermogen bij Aegon bedroeg op 30 september 2013 30,1%. Als de vandaag aangekondigde veranderingen in de financiële verslaggeving reeds op 30 september 2013 waren ingevoerd, zou dit verhoudingsgetal met 2,8 tot 3,3 procentpunt stijgen, doordat het eigen vermogen afneemt. Omdat Aegon vasthoudt aan een bandbreedte van 26% tot 30% voor de verhouding tussen vreemd vermogen en eigen vermogen, wordt een eeuwigdurende obligatie van USD 550 miljoen afgelost. Dit is vandaag in een apart persbericht aangekondigd. Met de aflossing verbetert de verhouding bruto vreemd vermogen/eigen vermogen met 1,2 procentpunt en verlaagt Aegon de toekomstige rentelasten. Door de aflossing zal de IGD ratio van de groep met ongeveer zes procentpunt afnemen. Op 30 september 2013 zou de pro forma IGD ratio voor de groep inclusief de aflossing op de stukken ongeveer 202% zijn geweest.

De veranderde uitgangspunten voor de financiële verslaggeving hebben geen gevolgen voor de statutaire kapitaalpositie van de dochtermaatschappijen van Aegon of voor de IGD solvabiliteitsratio van de Groep.


Webcast

Klik hier om de webcast en presentatie te bekijken